Door televisiekijken en het spelen op computers krijgen kinderen op steeds jongere leeftijd last van
epileptische aanvallen. Het gaat vooral om kinderen die al aanleg hebben voor de ziekte en
extra gevoelig zijn voor lichtflitsen en gestreepte patronen.
De aanvallen worden opgewekt door een combinatie van beeldfrequentie, te dicht
op het scherm zitten, felle kleuren en flitsen.
Epilepsie-specialist D. Kasteleijn-Nolst Trenité wil samen met producenten van
spelsoftware en tv-films, en met fabrikanten van beeldschermen komen tot
afspraken, die turen naar het beeldscherm veiliger maken.
Op medisch gebied werkt de specialist aan een standaard voor eeg-hersenonderzoek,
waarmee de overgevoeligheid van kinderen kan worden onderzocht. Als eenmaal
bekend is dat een kind aanleg heeft, is epilepsie goed te behandelen met
medicijnen, of met aangepast gedrag.
In Nederland zijn ongeveer 100 000 epilepsiepatiënten, van wie 5000 gevoelig
zijn voor lichtprikkelingen. Deze gevoeligheid komt bij vrouwen twee keer vaker
vaak voor.
Voorheen traden de eerste epilepsieaanvallen veelal pas in de puberteit op.
Sinds een paar jaar overkomt het steeds vaker kinderen van 8 en 9 jaar, vooral
jongetjes, die intensief beeldschermspelletjes doen of tv-kijken. Meisjes
krijgen er op latere leeftijd last van, de eerste keer vaak in de disco. Het
kind heeft last van korte, heftige schokken en toont afwezig gedrag. Soms treedt
ook bewusteloosheid op.
Televisie en computer kunnen epilepsie niet veroorzaken, maar wel opwekken.
Vooral pubers vallen in de risicogroep. Hun visuele vermogen is heel groot en ze
verkeren vaak in een omgeving waar ze met veel en wisselende prikkels te maken
krijgen. Extreme omstandigheden als slaapgebrek en stress vergroten het risico.
Mensen ouder dan 25 jaar hebben nauwelijks of geen last van aanvallen.
Overigens waarschuwen fabrikanten van spelsoftware sinds een paar jaar voor
epilepsie. 'Bij sommige mensen kunnen flikkerende lichten of patronen in onze
dagelijkse leefwereld een epilepsieaanval of verlies van bewustzijn uitlokken',
waarschuwen fabrikanten van spelsoftware.
Gezien het toenemend aantal jonge epilepsiepatiënten helpt de waarschuwing niet
veel. In Engeland en Japan bestaan van overheidswege richtlijnen. ,,Ook daar
moet je afwachten of de producenten zich er aan houden,'' zegt dr. Kasteleijn,
die is verbonden aan de stichting Epilepsie Instellingen Nederland in Heemstede.
In Japan vond in december 1997 een epilepsie-epidemie plaats, na vertoning van
de film Pokemon op tv. De extreem-dieprode kleur in de film, contrasterend met
blauw en snelle lichtflitsen, veroorzaakte bij honderden kinderen tegelijkertijd
een aanval, en in het land paniek. De producenten pasten de film ijlings aan.
Over het gelijknamige computerspel, dat in Nederland snel populair wordt, zijn
geen gezondheidsklachten bekend.
Het heeft waarschijnlijk weinig effect om kinderen voor de gevaren te
waarschuwen. Kasteleijn beveelt ouders aan om kinderen die net beginnen met
spelen, te begeleiden. De spelduur voorzichtig opbouwen, de eerste keren ernaast
blijven zitten, en na ieder half uur spelen een kwartier rust laten nemen.
Producenten zouden richtlijnen moeten krijgen over het gebruik van
kleurcontrasten, lijnpatronen en lichtfrequenties.
Fabrikanten van beeldschermen kunnen in de technische ontwikkeling ook rekening
houden met epilepsie-patiënten. Zo veroorzaakt een nieuwe tv met een 100Hz
beeldbuis minder ellende dan een 'ouderwetse beeldbuis' van 50Hz, waarbij het
beeld vijftig keer per seconde flikkert en 25 keer verspringt. Juist voor die
frequentie zijn mensen met epilepsie overgevoelig.
Groeiend probleem blijkt de verhuizing van de 'oude' tv met flikkerend scherm
naar de kinderkamer. ,,Als je het al doet, zou veiligheidshalve juist de nieuwe,
stabiele beeldbuis naar de kinderkamer moeten.'' Te dicht bij de tv zitten,
zoals vooral vaak in kinderkamers gebeurt, is slecht. Een computerscherm van
70Hz, of een LCD-scherm veroorzaken minder last, maar door de flitsende
spelletjes en door het ingespannen bezig zijn, loopt het risico weer op.
Kasteleijn heeft wat techniek betreft haar hoop gevestigd op een apparaat, dat
in Japan in ontwikkeling is. Dat kan aan het beeldscherm worden geplaatst en
tempert de beeldflikkeringen. Kasteleijn: ,,Vroeger dachten we: ach, is dat nou
zo erg, zo'n spelcomputer? Maar inmiddels weten we dat er reden is voor
ongerustheid.''