De hersenen kunnen tegen een stootje omdat de schedel en een laag met hersenvocht bescherming bieden. Toch kan een
harde
klap letsel veroorzaken. Bij een hersenschudding (commotio cerebri) zijn de hersenen zelf niet aantoonbaar beschadigd, maar
treedt er een korte storing op van hersenfuncties. Iemand kan even bewusteloos raken; veel voorkomende klachten zijn
misselijkheid, braken en hoofdpijn. Na een hersenschudding moet minimaal één dag tot zeker 6 weken rust worden gehouden.
Langdurige gevolgen kunnen zijn concentratieproblemen en overgevoeligheid voor licht. Wanneer iemand langer dan een kwartier
bewusteloos is, er aantoonbare hersenschade is en daarna ernstige geheugenklachten voorkomen, dan spreken we in de meeste
gevallen over hersenkneuzing (contusio cerebri). Door de klap ontstaat er een beurse plek in de hersenen, waar zich bloed en vocht
opeenhoopt. Het vocht neemt ruimte in beslag, waardoor de hersenen worden weggedrukt. Het herstel na een hersenkneuzing
varieert enorm, van volledig herstel tot blijvende ernstige handicaps. Mogelijke restverschijnselen zijn verdeeld in vier categorieën:
Cognitie (taal, geheugen, concentratie en waarneming), emotionele en persoonlijkheidsveranderingen (angst, depressie en irritatie),motorische stoornissen (trillen) en psychosociale problemen (vereenzaming en relatieproblemen).
Opvallend is de grote behoefte aan structuur in het dagelijkse leven.
Coma is een toestand van diepe en ernstige bewusteloosheid, waaruit iemand niet ‘gewekt’
kan worden, zelfs niet door (pijn-) prikkels.Het willekeurige zenuwstelsel, dat activiteiten bestuurt die onder invloed van de wil
staan, functioneert niet meer. Vaak is beademing en controle van de hartslag nodig. Artsen meten het bewustzijn aan de hand van
drie lichaamsfuncties: opening van de ogen, beweging van de ledematen en spraakvermogen. Wanneer iemand langer dan drie
weken buiten bewustzijn is, spreken we van een blijvend vegetatieve toestand (vroeger coma vigil geheten). De ogen knipperen nog
en bewegen, zodat het lijkt alsof de patiënt kijkt. Ook hoesten, slikken, smakken en grijpreflexen komen voor, maar dat zijn geen
bewuste reacties. In het algemeen zijn de restverschijnselen na coma ernstiger naarmate de comaperiode langer duurde.