HARDENBERG, zaterdag
Betsie is vrolijk als ze opstaat, die fatale zondagochtend
2 januari. Ze is jarig vandaag: 51 jaar. Toch is Betsie
nog een kind. De verstandelijk gehandicapte denkt als
een zesjarige. Door de ramen van het opvanghuis de Boterbloem
in een rustige wijk van Hardenberg horen passanten hoe
Betsie wordt toegezongen door haar huisgenoten: ’Lang
zal ze leven…’ Maar haar verjaardag wordt tevens haar
sterfdag…
De begeleiders kennen Betsie te Rietstap al dertig jaar.
In 1974, op haar twintigste, komt ze voor het eerst
bij de dagbesteding van instelling Nieuw Baalderborg
voor verstandelijk gehandicapten. In 1993 komt ze er
permanent wonen.
Ouderenflat
Na de verjaardagsliedjes vertrekt Betsie naar haar zus
in Bergentheim. Rond theetijd rijden Betsie en haar
zwager terug naar Hardenberg, naar de ouderenflat boven
de Edah aan de Havenweg. Moeder Margien wacht op haar.
Daar voltrekt zich een drama. Voor zover justitie het
nu kan reconstrueren krijgt Betsie een epilepsieaanval.
Margien helpt niet. Ze pakt een kussen. En drukt die
op het gezicht. Betsie stikt.
Om zeven uur die avond belt een taxichauffeur aan bij
Margien. Hij komt Betsie halen, zoals afgesproken. Maar
niemand reageert. De ongeruste begeleidster belt de
woning van moeder Margien. Na lang proberen neemt een
politieman de hoorn op: „Bereid je voor op het ergste…”
Al zes weken schuifelt moeder, onvast ter been, door
de Zwolse gevangenis. Afgelopen woensdag verlengde de
rechtbank haar voorarrest. Op 14 april komt ze voor.
Nu loopt een persoonlijkheidsonderzoek. Een psycholoog
en een psychiater bezoeken haar in haar cel. Haar advocaten,
de Friese advocatentweeling Wim en Hans Anker, bezoeken
haar elke week, om de beurt.
Het onderzoek moet licht werpen op de donkere krochten
van Margiens brein. „Wat is er gebeurd in de geest van
haar moeder, dat ze besloot het leven aan Betsie te
ontnemen?” vroeg dominee W. van der Wel tijdens de begrafenis
van Betsie. „Gevoelens van boosheid, verdriet, onbegrip
en ook een soort van medelijden vermengen zich met elkaar.”
Viltstift
Nu rust Betsie naast haar vader Jan – die een half jaar
geleden stierf – op het kerkhof van Bergentheim. Beide
graven hebben nog geen steen. Met viltstift staan de
namen op provisorische bordjes. En: geboren: 02-01-1954,
gestorven: 02- 01-2005. Dagen waarop haar het leven
werd geschonken én ontnomen, door haar eigen moeder.
„Misschien heeft zij haar ’een beter leven’ willen
geven…”
„Bewoners hebben afscheid genomen van Betsie, die in
een open kist lag. Zien is geloven, voor hen”, aldus
Kees Erends, directeur van Nieuw Baalderborg.
Van der Wel, huisdominee bij de instelling waar Betsie
woonde: „Wie Betsie kende, dacht onmiddellijk aan voetbal
en de voetbalclub Bergentheim. Ze was bij alle wedstrijden
met haar vader. Wie Betsie kende, dacht óók meteen aan
liedjes van Johannes de Heer, die ze altijd aanvroeg
bij de lokale omroep. Betsie was niet bang voor de dood.
Ze vertrouwde dat ze het goed zou krijgen. In de hemel
zou ze niet meer ziek zijn.”
Frits Veltink, voorzitter van voetbalclub Bergentheim,
is verbijsterd over de moord: „Betsie was bijna dertig
jaar lang supporter. Ze bezocht alle wedstrijden van
ons eerste elftal, gehuld in een groen shirt, groene
sokken en met groen gelakte nagels. Ze had een eigen
plekje aan het hoofdveld. Op haar eigen stoeltje, tussen
de twee dug-outs. Bij uitwedstrijden zat ze voor in
de bus. Op de terugweg dronk ze altijd één flesje bier.
Maar Betsie was ook niet gemakkelijk hoor”, zegt Veltink.
„Ze was kort aangebonden.”
„Iedereen had er lol in de bal aan de bijkans blinde
Betsie te geven, als die over de lijn was gegaan”, zegt
Gert Pullen van de supportersvereniging. „Ze deed geen
vlieg kwaad.” Bij de lokale omroep FM Hardenberg kennen
ze Betsie als vaste beller: „Ze vroeg altijd eenvoudige
Nederlandse nummers aan. Niemand had dit verwacht. Wie
vermoordt er nou zijn eigen kind?” vraagt radiomedewerker
Frank Otten.
Daarmee worstelen ook de bewoners van ouderenflat Markant.
Op de tweede verdieping herinnert niets zichtbaars meer
aan de moord. „Je zal tachtig jaar zijn en in de gevangenis
zitten… Ik zou hartstikke claustrofobisch worden”, zegt
een bewoonster. „Misschien heeft de moeder in opperste
verwarring Betsie zo ’een beter leven’ willen geven.
Ze zag niets meer en ze had regelmatig epileptische
aanvallen.”
De kordate Margien woonde sinds twee jaar in het appartementencomplex.
Vijf jaar geleden scheidde ze van haar man na een huwelijk
van ruim een halve eeuw. De scheiding veroorzaakte veel
spanning bij Betsie, weet Jan Bast, oud-directeur van
Nieuw Baalderborg: „Ze worstelde met de vraag: ben ik
voor papa of mama? Of kan ik ook voor allebei zijn?”
Een buurvrouw: „Betsie was niet altijd een lieverd,
maar Margien ook niet. De moeder was een trotse Groninger
boerendochter, die beschadigd is door een gecompliceerd
leven. In dit huis was ze eenzaam. Dan heb je veel tijd
om na te denken. Misschien kwam ze zo op het afschuwelijke
idee haar kind meer narigheid te besparen.” Een buurman:
„Ze moet echt een kronkel in haar hoofd hebben gehad,
daar ben ik van overtuigd.”