Neurologen — wat doen ze ?
Goed luisteren
Alle dokters moeten goed luisteren, maar
neurologen extra goed. Waarom? Omdat de patiënt eigenlijk de diagnose
vertelt: het verhaal maakt duidelijk wat er aan de hand zou kunnen zijn en
welk onderzoek de neuroloog kan doen. Pas na het verhaal komen de
instrumenten op tafel, bijvoorbeeld een reflexhamer, een wattenstokje, een
stemvork of een ooglampje.
Waar kijkt de neuroloog naar?
Een neuroloog is een dokter die zich
na het artsexamen nog zes jaar heeft verdiept in de hersenen, de zenuwen,
het ruggenmerg en de spieren van mensen. Hij kan daardoor uiteenlopende
kwalen en klachten bekijken, zoals hoofdpijn, duizeligheid, dubbelzien,
uitstralende rugpijn of verlammingsverschijnselen. Ook mensen met ziekten,
zoals epilepsie, multiple sclerose, Parkinson, dementie, spierziekten en
hersentumoren komen in zijn spreekkamer. In het ziekenhuis zorgt deze
dokter bij voorbeeld voor patiënten met een beroerte (CVA), zware
hersenschudding of coma.
Hoe gaat het onderzoek?
Met simpele instrumenten kan de neuroloog de
meeste functies van de hersenen en de zenuwen testen. Hij tikt en meet en
kijkt of er ergens een storing is. Daarna kan hij kiezen uit allerlei
manieren om verder te zoeken. Problemen in armen en benen vergen soms een
spierzenuwonderzoek (EMG), met elektronische apparatuur. Ook de zenuwen
van de oren en ogen zijn nauwkeurig door te meten en een hersenfilmpje
(EEG) kan epilepsie ontdekken. Met een ruggenprik is bijvoorbeeld een
hersenvliesontsteking op te sporen. De ‘scan’ (MRI of CT) is een soort
camera die overal dwars doorheen kijkt en heel precies fotografeert waar
een rughernia of hersentumor zit.
Is er iets aan te doen?
Ziekten waar de neuroloog verstand van
heeft, zijn doorgaans ingewikkeld. Maar er is het nodige aan te doen. De
laatste twintig jaar is de neurologie een heel stuk wijzer geworden, voor
veel neurologische ziekten zijn er nieuwe medicijnen. Voor epilepsie
bestaan veel verschillende medicijnen die aanvallen tegenhouden en
multiple sclerose kan met een speciale therapie worden geremd. Bij iemand
die een voorbode heeft van een herseninfarct (TIA) worden de
risicofactoren zo snel mogelijk in kaart gebracht om een herseninfarct met
soms blijvende schade te voorkomen. Er bestaan diverse medicijnen die de
kans op een beroerte verkleinen, zoals een kinderaspirientje. Soms werkt
de neuroloog samen met de neurochirurg, als er operaties noodzakelijk
zijn. Bij veel neurologische ziektes ligt de nadruk op goede voorlichting
en begeleiding. De neuroloog werkt daarvoor samen met fysio- en
ergotherapeuten, revalidatie-artsen, logopedisten en verpleegkundigen. Bij
patiënten met een hersenbloeding of herseninfarct (CVA) wordt zo intensief
samengewerkt voor een zo goed en zo snel mogelijk herstel.
Soms tot ziens
Sommige neurologische problemen vergen maar één of
twee bezoeken aan de neuroloog, waarna de huisarts de behandeling -met
adviezen van de neuroloog- weer overneemt. Bij andere neurologische
klachten komen patiënten regelmatig voor controle. Tegen die patiënten
zegt de neuroloog ‘tot ziens’- zo worden dokter en patiënt soms goede
bekenden van elkaar.
Afkortingen:
CT
= computer tomogram (scan met Röntgenstraling van
b.v. de hersenen
CVA
= cerebrovasculair accident = beroertes =
verzamelnaam voor herseninfarcten en hersenbloedingen
EEG
=
electroencefalogram = registratie van de elektrische activiteit in de
hersenen
EMG
= electromyogram = spier/zenuw onderzoek
MRI
= magnetic
resonance imaging (scan met magnetische velden van b.v. hersenen of
ruggenmerg)
TIA
= transient ischaemic attack (voorbijgaand
zuurstoftekort in de hersenen, waarschuwing voor een
beroerte)
Copyright © Stichting Epilepsie Netwerk