Er is ook een Zelfzorgmap voor Epilepsie
Het boek is bedoeld voor mensen met epilepsie en hun naasten, geeft volledige en begrijpelijke informatie, blijft actueel dankzij gratis aanvullingen.
Voor wie?
Het zelfzorgboek Epilepsie is bedoeld voor iedereen die met epilepsie te maken heeft: mensen met epilepsie en hun naasten, ouders van kinderen met epilepsie, en hulpverleners. Het zelfzorgboek bestaat uit twee delen. Het eerste deel is bedoeld voor iedereen met epilepsie. Het tweede deel is speciaal gemaakt voor mensen die ondanks de medicijnen nog regelmatig aanvallen hebben.
Volledige en begrijpelijke informatie| lees een stuk uit dit boek | ![]() |
Fragment 1
Onderstaand fragment is afkomstig uit het hoofdstuk Epilepsie en het dagelijks leven. Meestal geeft de
epilepsie geen belemmeringen in het dagelijks leven, maar in sommige situaties wordt wel aangeraden met de
epilepsie rekening te houden. Deze situaties worden in dit hoofdstuk beschreven.
Uitgaan
Er is voor mensen met epilepsie geen enkele reden om niet uit te gaan. In sommige gevallen kunt u een
aantal voorzorgsmaatregelen nemen.
Medicijnen
Als u uitgaat op een tijd dat u medicijnen moet gebruiken, zorg er dan voor dat u voldoende medicijnen
bij u heeft. Misschien kunt u ook nog extra medicijnen meenemen en deze ergens anders opbergen, bijvoorbeeld
niet in uw tas, maar in een (afsluitbare) zak van uw jas. Als u in een drukke discotheek uw tas verliest,
heeft u altijd nog de medicijnen in uw jas.
Fragment 2
Onderstaande tekst is de inleiding van het hoofdstuk Kinderen krijgen. Vrouwen met epilepsie vragen
zich vaak af of zij op een veilige manier kinderen kunnen krijgen. Het antwoord daarop is meestal ja.
Wel zijn er een paar dingen waar deze vrouwen op moeten letten. Deze worden beschreven in dit hoofdstuk.
Kinderen krijgen
In dit hoofdstuk krijgt u algemene informatie over epilepsie en het krijgen van kinderen. Aanvullende
informatie over dit onderwerp vindt u in hoofdstuk 35 (deel 2), Kinderwens.
Wel of niet zwanger worden?
Voordat u besluit dat u zwanger probeert te raken zult u waarschijnlijk precies willen weten waar u
rekening mee moet houden. In dit hoofdstuk worden de volgende vragen behandeld:
- Hoe groot is de kans dat uw kind epilepsie zal hebben?
- Hoe groot is de kans op aangeboren afwijkingen door medicijngebruik?
- Hoe groot zijn de risico's van aanvallen tijdens de zwangerschap voor uzelf en voor het ongeboren kind?
- Waar moet u rekening mee houden tijdens de zwangerschap, de bevalling en daarna?
Hoe groot is de kans dat uw kind epilepsie zal hebben?
In dit gedeelte wordt ingegaan op de vraag hoe groot de kans is dat een kind ook epilepsie zal
krijgen als één of beide ouders epilepsie hebben. Ook wordt besproken hoe u hiermee om kunt gaan en bij
wie u terecht kunt voor meer informatie
De feiten
Epilepsie is geen erfelijke ziekte. Wel kan er een erfelijke aanleg voor epilepsie zijn. Dat betekent dat
het kind een lage aanvalsdrempel voor epilepsie heeft (zie blz. 18); het is dan niet zo, dat het kind
inderdaad epilepsie krijgt, wel heeft het een grotere kans dan andere mensen.
Een kind kan dus geboren worden met een aanleg voor epilepsie, maar nooit aanvallen krijgen. In enkele
gevallen zijn op een EEG dan wel afwijkingen te zien. De aanleg leidt soms pas tot epilepsie in combinatie
met een hersenbeschadiging. Is er sprake van een grote erfelijke aanleg, dan kunnen aanvallen spontaan
optreden of kan een kleine hersenbeschadiging al tot epilepsie leiden. Omgekeerd kan iemand een flink
hersenletsel oplopen en toch geen epilepsie krijgen, als de erfelijke aanleg gering is.
Over de kans dat uw kind epilepsie zal ontwikkelen is weinig te zeggen. Per geval zijn de verschillen groot.
Wel zijn er enkele algemene feiten bekend.
- Als één van de ouders een gegeneraliseerde vorm van epilepsie heeft, epilepsie in de familie verder niet
voorkomt, en de oorzaak van de epilepsie niet bekend is, is de kans op epilepsie voor het kind ongeveer
4 tot 8 procent. Het is niet te voorspellen wanneer het kind eventueel epilepsie zal krijgen. Vaak krijgen
kinderen het op jongere leeftijd dan hun ouders, maar het omgekeerde komt ook voor.
- Als de ouder een partiële of focale vorm van epilepsie heeft, het in de familie verder niet voorkomt en de
oorzaak niet gevonden wordt, is het risico voor elk van de kinderen 2 tot 3 procent. (Zie voor verschillende
vormen van epilepsie Hoofdstuk 25, Vormen van epilepsie)
- Het kan ook zijn dat uw epilepsie een onderdeel is van een erfelijke aandoening, waarbij epileptische
aanvallen slechts één van de verschijnselen zijn. Dan bestaan er naast de epilepsie ook andere verschijnselen.
Een voorbeeld hiervan is het zeldzame tubereuze sclerose. - Andere verschijnselen zijn (bijvoorbeeld)
huid- en oogafwijkingen. Dergelijke aandoeningen zijn erfelijk; hierdoor kan de kans dat het kind ook
epilepsie krijgt 25 tot 50 procent zijn.
Prijs bij uw apotheek € ??.??
Je kan natuurlijk ook de epilepsie infolijn bellen 0900 82 12 411 (3 cent per minuut, van ma t/m vrijdag
van 9.30 tot 16.00 uur).
Tijdelijk uitverkocht (dus
u kunt niet meer bestellen, tot naderbericht.!!
Copyright © Stichting Epilepsie Netwerk