Diamox/diamox sustets 



Samenstelling
Diamox tabletten bevatten per tablet 250 mg acetazolamide. Diamox poeder voor injectievloeistof bevat per flacon natriumacetazolamide overeenkomend met 500 mg acetazolamide. Diamox sustets bevatten per capsule met gereguleerde afgifte 250 mg of 500 mg acetazolamide.

Farmaceutische vorm

Diamox tabletten 250 mg - Diamox parenteraal 500 mg, poeder voor injectievloeistof - Diamox sustets, capsules met gereguleerde afgifte 250 mg en 500 mg.

Therapeutische indicaties

Diamox tabletten en poeder voor injectievloeistof - adjuvans bij de behandeling van chronisch glaucoma simplex (met open kamerhoek), secundair glaucoom en pre-operatief bij acuut glaucoom (met afsluiting van de kamerhoek). In combinatie met andere diuretica bij de behandeling van oedeem in uitzonderlijke gevallen waarbij een effect op de verschillende delen van het nefron gewenst is. Bij de behandeling van epilepsie, als adjuvans of als monotherapie. De beste resultaten werden gezien bij absences bij kinderen. Goede resultaten werden echter ook waargenomen bij kinderen en volwassenen bij andere vormen van epilepsie zoals tonisch-clonische convulsies, gemengde insultpatronen, myoclonische kaakcontracties, enzovoort. De injectievloeistof is niet bestemd om te worden gebruikt bij epilepsie. Diamox sustets, capsules met gereguleerde afgifte

Dosering en wijze van toediening

Tabletten en poeder voor injectievloeistof. Glaucoom: Diamox moet als adjuvans bij de gebruikelijke therapie worden toegepast. Bij de behandeling van chronisch glaucoom (open kamerhoek) geeft men 250 tot 1000 mg per 24 uur, gewoonlijk verdeeld over de dag. Een dosis van meer dan 1000 mg per dag geeft gewoonlijk geen verhoogd therapeutisch effect. In ieder geval dient de dosering te worden aangepast aan een zorgvuldige individuele observatie zowel van symptomen als van oculaire druk. Voortdurende supervisie van de arts is aan te bevelen. Bij de behandeling van secundair glaucoom en preoperatief bij sommige gevallen van acuut congestief glaucoom (gesloten kamerhoek) bedraagt de dosis 250 mg iedere 4 uur, hoewel 250 mg tweemaaldaags bij kortdurende therapie voldoende resultaat gaf. In acute stadia kan de startdosis 500 mg bedragen, gevolgd door 125 mg of 250 mg iedere 4 uur, afhankelijk van de individuele condities. Voor een snelle verlichting van de oculaire druk in acute gevallen kan een i.v. -toediening gebruikt worden. Diamox in combinatie met miotica of mydriatica kan een complementair effect geven. Epilepsie: Diamox wordt in combinatie met andere anticonvulsiva toegediend, in een initiële dosis van 250 mg ineens en vervolgens verhoogd op geleide van het klinisch beeld. Hoewel bepaalde patiënten op een lage dosis voldoende reageren, bedraagt de gebruikelijke dosis tussen 375 en 1000 mg per dag. De totale dagelijkse dosis voor kinderen varieert van 8 tot 30 mg per kg verdeeld over de dag. Iedere vervanging van een ander geneesmiddel door Diamox moet geleidelijk gebeuren. Parenterale toediening wordt afgeraden. Behandeling van oedemen: voor het verkrijgen van een diurese bij oedemen bedraagt de dosis gewoonlijk 250 tot 375 mg éénmaal daags 's morgens (kinderen 5 mg/kg) gedurende 2 dagen, daarna 1 dag rust en dan een herhaling van dit schema. Ook kan men Diamox eenvoudig om de 2 dagen toedienen. Overdosering of een te frequente dosering leidt gewoonlijk tot een mislukking van de behandeling. De toepassing van Diamox schakelt de noodzaak van andere vormen van behandeling, zoals de toepassing van digitalis, bedrust en zoutrestrictie niet uit. Poeder voor injectievloeistof: De injecteerbare vorm wordt enkel gebruikt in spoedgevallen of wanneer zeer vlug hoge plasmaspiegels nodig zijn. Diamox sustets, capsules met gereguleerde afgifte: De capsules met gereguleerde afgifte worden enkel bij glaucoom toegepast. De aanbevolen dosering bedraagt 2 maal per dag 500 mg. Gewoonlijk gebeurt de toediening 's ochtends en 's avonds door orale inname van 1 capsule Diamox sustets 500 mg of 2 capsules Diamox sustets 250 mg. Diamox sustets 250 mg verdient de voorkeur bij slikproblemen met capsules van 500 mg. De dosering van 1,5 g/per dag dient niet overschreden te worden. In de gevallen, waarin de toediening van Diamox sustets tweemaal per dag niet tot een afdoende behandeling van de klachten leidt, kan het gewenste effect met Diamox tabletten of parenteraal worden verkregen. De tabletten of de parenterale behandeling worden dan toegepast overeenkomstig de voor dergelijke gevallen aanbevolen frequentere doseringsschema's, b.v. 250 mg om de 4 uur of een aanvangsdosis van 500 mg gevolgd door 250 mg om de 4 uur, al naar gelang de toestand. Bij nierinsufficiëntie (klaring 10-50 ml/min.) moet het interval tussen de toedieningen verlengd worden of de dosis aangepast worden. Bij een klaring lager dan 10 ml/min. mag Diamox niet gebruikt worden.

Contra-indicaties

Diamox is gecontraïndiceerd bij natrium- en kaliumdepletie, bij ernstige lever- en nierinsufficiëntie, bij ziekte van Addison, bij hyperchloremische acidose, overgevoeligheid voor sulfonamiden en cor pulmonale. Een langdurige toediening van Diamox is gecontraïndiceerd bij patiënten met een chronisch niet congestief glaucoom met afsluiting van de kamerhoek, aangezien hierdoor een organische afsluiting kan ontstaan, terwijl de verergering van het glaucoom door een verlaagde intra-oculaire druk wordt gemaskeerd.

Speciale waarschuwingen en bijzondere voorzorgen bij gebruik

In verband met de kans op hematologische reacties (acute hemolytische anemie, agranulocytose, aplastische anemie, trombocytopenie en eosinofilie) verdient het aanbeveling om voorafgaande en tijdens de behandeling met Diamox controle van het bloedbeeld te verrichten. Indien significante veranderingen hierin optreden dient de behandeling te worden gestaakt en een passende behandeling te worden ingesteld. Bij continu gebruik treedt een afname van het diuretisch effect op. Bij deze indicatie dient de behandeling intermitterend toegepast te worden (zie Dosering en wijze van toediening). Aangezien in het bijzonder bij ouderen en patiënten met nierfunctiestoornis ernstige metabole acidose kan optreden, dient acetazolamide met voorzichtigheid te worden toegepast bij patiënten met neiging tot acidose of diabetes mellitus. Voorzichtigheid is geboden bij situaties waar hypokaliëmie kan optreden, bijvoorbeeld primair hyperaldosteronisme (M. Cushing) en gebruik van diuretica. Bij patiënten met pulmonaire obstructie of emfyseem waarbij de alveolaire ventilatie gestoord is, dient acetazolamide met voorzichtigheid te worden toegepast omwille van een verhoogde kans op acidose. Diamox is van geringe waarde bij ernstig glaucoom als gevolg van perifere synechiae anteriores of bij hemorragisch glaucoom.

Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Acetylsalicylzuur remt competitief de eiwitbinding van acetazolamide en vermindert de acetazolamideklaring. Dit kan resulteren in acidose en salicylaatintoxicatie. In combinatie met fenytoïne, primidon en fenobarbital is osteomalacie beschreven. Bij gelijktijdige toediening beïnvloedt acetazolamide het metabolisme van fenytoïne waardoor de serumconcentratie van fenytoïne verhoogd wordt. De plasmahalfwaardetijd van procaïne kan verlengd worden bij gelijktijdig gebruik van acetazolamide. Natriumbicarbonaat verhoogt de kans op kristalurie. Door gebruik van acetazolamide wordt de urine enigszins alkalisch; dit kan gevolgen hebben voor de uitscheiding van de zwakke zuren (versnelde uitscheiding) en basen (vertraagde uitscheiding), zoals bijvoorbeeld efedrine, kinidine en methadon.

Gebruik bij zwangerschap en het geven van borstvoeding

Gebruik bij zwangerschap. Over het gebruik van acetazolamide in de zwangerschap bij de mens bestaan onvoldoende gegevens om de mogelijke schadelijkheid te beoordelen. Bij dieren is acetazolamide teratogeen gebleken. Gebruik tijdens het geven van borstvoeding. Er zijn onvoldoende gegevens over de excretie via de moedermelk. Derhalve wordt het gebruik in de zwangerschap en tijdens de lactatie ontraden.

Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te gebruiken

Aangezien acetazolamide in hoge doses in zeldzame gevallen slaperigheid en verwardheid tot gevolg kan hebben, kan de rijvaardigheid en de bekwaamheid om machines te gebruiken nadelig beïnvloed worden.

Bijwerkingen

Behandeling met acetazolamide kan aanleiding geven tot malaise, vermoeidheid, depressie, opwinding, hoofdpijn, gewichtsverlies en gastro-intestinale klachten. Slaperigheid, duizeligheid en paresthesieën (vooral een tintelend gevoel in de extremiteiten) kunnen optreden in het bijzonder wanneer hoge doseringen worden toegepast. In zeldzame gevallen kunnen bloeddyscrasieën optreden zoals aplastische of hemolytische anemie, agranulocytose, leucopenie, trombocytopenie al of niet met purpura. Overgevoeligheidsreacties met urticaria, koorts, exantheem (zoals erythema multiforma, Stevens-Johnson syndroom, toxische epidermale necrolyse) zijn beschreven. Acetazolamide kan tevens het optreden van kristalurie en nierstenen bevorderen. De bloedspiegels van urinezuur kunnen stijgen, in het bijzonder wanneer acetazolamide in combinatie met thiazidediuretica wordt toegepast (cave jicht). Tijdens langdurige toepassing kan aanzienlijk verlies van natrium en kalium optreden met soms een toestand van acidose. Andere ongunstige reacties omvatten melaena, hematurie, glucosurie, leverinsufficiëntie, paralysis flaccida, ataxie, oorsuizingen, gehoorstoornissen en convulsies. Voorbijgaande myopie kan voorkomen, welke afneemt bij verlaging van de dosis of onderbreken van de therapie.

Overdosering

Een dosis van 1,5 g per dag dient zowel voor kinderen als voor volwassenen niet te worden overschreden. Bij een matige overdosering kunnen slaperigheid, verwardheid en paresthesieën optreden. Bij een ernstige overdosering kan als gevolg van polyurie, gepaard gaand met een verhoogde excretie van o.a. bicarbonaat, een metabole acidose en hypovolemie optreden. Deze symptomen zal men eerder waarnemen bij patiënten met leverinsufficiëntie. De behandeling na een matige overdosering kan bestaan uit de patiënt te laten braken gevolgd door toediening van 30 g geactiveerde kool en 30 g natriumsulfaat in 10%-oplossing. Bij kinderen dient de dosering aangepast te worden. Bij een ernstige overdosering dient de maag gespoeld te worden met achterlating van 25 tot 50 g actieve kool en 30 g natriumsulfaat. Opname op een intensive-care-afdeling is dan geïndiceerd. Een metabole acidose kan worden behandeld door toediening van bicarbonaatoplossing per infuus. Indien nodig andere symptomen symptomatisch behandelen.

Farmacodynamische eigenschappen

Acetazolamide is een koolzuuranhydraseremmer. De toepassing bij verschillende vormen van glaucoom berust op een vermindering van de kamervochtsecretie als direct gevolg van de specifieke remming van koolzuuranhydrase in het oog. De verminderde toevoer van kamervocht leidt tot de daling van de intra-oculaire druk. Acetazolamide wordt veel toegepast in combinatie met miotica, die de intra-oculaire druk verlagen door de afvoer van het kamervocht te bevorderen. De oogdrukverlagende werking houdt na orale toediening van de tablet en de capsule met geregelde afgifte 8-12 uur respectievelijk 18-24 uur aan. Acetazolamide heeft tevens een therapeutisch effect als adjuvans bij de behandeling van epilepsie. Het exacte mechanisme is niet bekend. Acetazolamide kan de vorming van de cerebrospinale vloeistof door de plexus choroideus vertragen. De diuretische werking van acetazolamide is een gevolg van de remming van het koolzuuranhydrase in de nier waardoor de reactie met betrekking tot de hydratie van kooldioxide en de dehydratie van koolzuur geremd wordt. Het diuretisch effect is gering tot matig en verdwijnt na enkele dagen (bij chronische toediening) als gevolg van compensatoire mechanismen. Het effect op de intra-oculaire druk vermindert echter niet. Acetazolamide is wat betreft de chemische structuur verwant aan de sulfonamiden maar heeft geen bacteriostatische werking. De capsules met gereguleerde afgifte zijn uitsluitend bestemd voor gebruik bij glaucoom. Het poeder voor injectievloeistof wordt gebruikt wanneer snel therapeutische bloedspiegels moeten worden bereikt. De injecteerbare vorm wordt niet gebruikt voor de behandeling van epilepsie.

Farmacokinetische eigenschappen

Na orale toediening wordt acetazolamide snel en nagenoeg volledig geabsorbeerd. Na orale inname van één 500 mg tablet wordt een maximale plasmaconcentratie van 12-27 mcg/ml bereikt in 2 tot 4 uur. Na inname van een capsule met gereguleerde afgifte wordt de maximale plasmaconcentratie na 3 tot 6 uur bereikt. De capsules met gereguleerde afgifte bevatten granulen waaruit het actief bestanddeel op een gelijkmatige manier wordt vrijgezet. Hierdoor worden bloedspiegels bereikt die langer aanhouden. Acetazolamide is voor 90-95% gebonden aan plasma-eiwitten. De weefselverdeling gebeurt snel. Acetazolamide wordt geconcentreerd in de erytrocyten waar het gebonden is aan koolzuuranhydrase. Na binding aan koolzuuranhydrase bedraagt de halfwaardetijd ongeveer 10 - 12 uur. Het distributievolume bepaald met de vrije plasmaconcentratie is 1,8 l/kg. Acetazolamide wordt niet opgestapeld in de weefsels. Acetazolamide wordt ongewijzigd uitgescheiden via de nieren door tubulaire secretie en passieve reabsorptie. Na orale inname van tabletten of na intraveneuze injectie wordt 70 tot 100% (gemiddeld 90%) van de dosis in 24 uur onveranderd uitgescheiden in de urine. Na toediening van de capsules met gereguleerde afgifte wordt in 24 uur ongeveer 40% van de dosis onveranderd uitgescheiden in de urine.

Lijst van hulpstoffen

Diamox tabletten: Natriumzetmeelglycolaat - polyvidon - calciumwaterstoffosfaat - maïszetmeel - magnesiumstearaat. Diamox sustets 250 mg: Mono- en diglyceriden - witte was - magnesiumstearaat - talk - mono- en disacchariden - gelatine - glycerol - methyl- en propylparahydroxybenzoaat - ethylvanilline - colloïdaal siliciumdioxide - chinolinegeel (E 104). Diamox sustets 500 mg: Mono- en diglyceriden - witte was - magnesiumstearaat - talk - gelatine - mono- en disacchariden - glycerol - methyl- en propylparahydroxybenzoaat - ethylvanilline - colloïdaal siliciumdioxide - chinolinegeel (E 104) - erythrosine (E 127). Diamox poeder voor injectievloeistof: Bevat naast het actief bestanddeel geen hulpstoffen.

Houdbaarheid
: Diamox tabletten 250 mg: 5 jaar. Diamox poeder voor injectievloeistof: 5 jaar. Diamox sustets 500 mg: 5 jaar. Diamox sustets 250 mg: 3 jaar. Diamox niet gebruiken na de vervaldatum vermeld op de verpakking. De eerste twee cijfers duiden de maand (eerste dag), de laatste twee cijfers het jaar aan van de vervaldatum. Injectievloeistof: de gerede oplossing behoudt zijn fysische en chemische eigenschappen gedurende 3 dagen indien bewaard in de koelkast (2-8°C) of 12 uur bij kamertemperatuur (15-25°C). Het poeder voor injectievloeistof bevat geen conserveermiddel.

Speciale voorzorgsmaatregelen bij opslag. 
Bij kamertemperatuur (15-25°C).

Aard en inhoud van de verpakking
Diamox tabletten 250 mg: doordrukverpakkingen van 25 en 250 tabletten. Diamox poeder voor injectievloeistof: doos met 1 flacon. Diamox sustets 500 mg: verpakking van 20 en 100 capsules. Diamox sustets 250 mg: verpakking van 40 en 200 capsules.






We zijn afhankelijk van giften en baten wij vragen u ons te steunen. U bijdrage is welkom op giro: 8 4 4 5 5 8 7 vast bedankt

Copyright © Stichting Epilepsie Netwerk