Gebruik geneesmiddelen tegen epilepsie tijdens zwangerschap verhoogt het risico op aangeboren afwijkingen.
Kinderen van wie de moeders geneesmiddelen tegen epilepsie gebruiken tijdens de zwangerschap hebben een twee en een half maal verhoogde kans op een aangeboren afwijking.
Dit blijkt uit het proefschrift 'Maternale epilepsie en de pasgeborene:
een populatie-onderzoek' waarop Bettina Samrén aan de Erasmus Universiteit
Rotterdam promoveert.
Reeds eerder is aangetoond dat het gebruik van anti-epileptica -
geneesmiddelen die worden gebruikt om epileptische aanvallen te onderdrukken -
tijdens de zwangerschap een verhoogd risico geeft op aangeboren afwijkingen bij
het kind. Echter, de vraag bleef of alleen het geneesmiddel of ook de
onderliggende ziekte, de epilepsie van de moeder, een rol speelt bij het
ontstaan van deze aangeboren afwijkingen. Daarnaast is een belangrijke vraag
welk geneesmiddel het hoogste en welk het laagste risico op aangeboren
afwijkingen geeft.
Samrén onderzocht de medische gegevens van 2107 kinderen van moeders met
epilepsie, geboren in de periode 1972-1994, en vergeleek deze met de medische
gegevens van 2000 kinderen van moeders zonder epilepsie met betrekking tot het
voorkomen van aangeboren afwijkingen. Hierbij werd eveneens gekeken naar de
relatie met het type epilepsie van de moeder, het optreden van aanvallen
gedurende de zwangerschap en de periode van blootstelling aan anti-epileptica
gedurende de zwangerschap.
Het onderzoek laat zien, dat anti-epileptica gebruik in de eerste drie maanden
van de zwangerschap (de periode waarin een belangrijk deel van de ontwikkeling
van het kind plaatsvindt, namelijk de vorming van de organen) een twee en een
half keer hogere kans op aangeboren afwijkingen bij het kind veroorzaakt.
Kinderen van moeders die anti-epileptica gebruiken tijdens de zwangerschap,
blijken ook een kortere lengte, een lager gewicht en een kleinere schedelomtrek
te hebben bij de geboorte. Echter, ook kinderen blootgesteld aan anti-epileptica
ná de eerste drie maanden van de zwangerschap lijken een verhoogde kans op
aangeboren afwijkingen te hebben, waarbij er aanwijzingen zijn voor een verband
met partiële epilepsie van de moeder of grote epileptische aanvallen tijdens de
eerste drie maanden van de zwangerschap.
Het gebruik van valproaat of carbamazepine geeft een hoog risico op
aangeboren afwijkingen. Voor valproaat blijkt verder dat de dosis een
belangrijke factor is in het ontstaan van aangeboren afwijkingen: hoe hoger de
dosis van valproaat, des te hoger de kans op een afwijking bij het kind, in het
bijzonder de kans op een open ruggetje.
Het gebruik van meerdere anti-epileptica tegelijkertijd blijkt een hogere
kans te geven op aangeboren afwijkingen dan het gebruik van één
anti-epilepticum. Daarnaast bleken een aantal specifieke combinaties van
geneesmiddelen een hoger risico te geven op aangeboren afwijkingen; valproaat
met carbamazepine, phenobarbital met cafeïne en benzodiazepines met andere
anti-epileptica (met name benzodiazepines in combinatie met carbamazepine of
valproaat).
Prenataal onderzoek
Kinderen van moeders met epilepsie die geen anti-epileptica gebruiken, hebben
geen verhoogde kans op aangeboren afwijkingen. Dit suggereert dat epilepsie in
een milde vorm op zichzelf niet leidt tot een verhoogd kans op aangeboren
afwijkingen. Dit onderzoek bevestigt dat het huidige beleid ten aanzien van
prenataal onderzoek juist is. Het huidige beleid is dat bij het gebruik van
anti-epileptica in de eerste drie maanden van de zwangerschap de vrouw in
aanmerking komt voor prenataal onderzoek bestaande uit echoscopie in de 18e tot
20e week van de zwangerschap. In geval van gebruik van valproaat of
carbamazepine, al dan niet in combinatie met andere middelen, wordt ook
vruchtwater onderzoek bij 16 weken aangeboden. Dit laatste is vanwege de
verhoogde kans op een open rug bij gebruik van deze middelen.
Niet zomaar stoppen met medicijnen
Samrén concludeert dat, ondanks het verhoogde risico van het gebruik van
sommige anti-epileptica en combinaties van anti-epileptica tijdens de
zwangerschap, het niet verstandig is zomaar te stoppen met deze geneesmiddelen,
vanwege de risico's die grote aanvallen voor zowel moeder als kind met zich
meebrengen. Wel meent zij dat het verstandig is om de dosis van anti-epileptica,
met name valproaat, zo laag mogelijk te houden, met de voorwaarde dat de
zwangere daarmee aanvalsvrij blijft. Vrouwen die van plan zijn om zwanger te
raken wordt geadviseerd altijd eerst de neuroloog te raadplegen, om te kijken of
er iets aan de medicatie veranderd moet worden en om mogelijkheden van prenatale
diagnostiek te bespreken. Tevens meent Samrén dat de bevinding dat cafeïne met
phenobarbital (een combinatie die vroeger vaak gebruikt werd om de
slaapverwekkende werking van phenobarbital tegen te gaan) een verhoogde kans op
aangeboren afwijkingen geeft, nadere aandacht verdient.