Het proefschrift van Erwin van Vliet draagt de naam: ‘ The role of the blood-brain barrier and multidrug transporters in pharmacoresistant epilepsy’
(vertaald: De rol van de bloed-hersenbarrière en multidrugtransporters in medicijnresistente epilepsie).
Zijn onderzoek kan leiden tot een nieuwe therapie voor medicijnresistente epilepsiepatiënten.
Het menselijke lichaam beschermt zichzelf tegen schadelijke stoffen door middel van allerlei afweermechanismen.
Ter bescherming van de hersenen is er de bloed-hersenbarrière. Deze kan er voor zorgen dat stoffen vanuit het bloed niet zomaar de hersenen inkomen.
Ook kunnen stoffen actief worden tegengehouden door transporteiwitten (multidrug transporters) die ongewenste stoffen terug het bloed in kunnen brengen.
Dit heeft als nadeel dat medicijnen moeilijk tot de hersenen kunnen doordringen.
Dit zou ook een rol kunnen spelen bij temporaalkwabepilepsie, die vaak niet goed te behandelen is met medicijnen.
Erwin bracht deze werking van de bloed-hersenbarrière en de multidrugtransporters in beeld.
Erwin vertelt iets over het onderzoek.
De vraag was: Spelen de transporteiwitten een rol bij het binnendringen van de medicijnen in de hersenen?
Om dit te onderzoeken moet je op diverse tijdstippen tijdens de ontwikkeling van epilepsie hersenenmateriaal bestuderen.
Bij mensen is dat uitgesloten, vandaar dat onder strenge condities, gebruik werd gemaakt van diermodellen.
Ratten in dit geval. De ratten werden epileptisch gemaakt door elektrische stimulatie.
Op deze manier kon tijdens de ontwikkeling van epilepsie worden gevolgd wat er gebeurde met de transporteiwitten.
Vier sporen werden onderzocht en bewezen:
In epileptische hersengebieden van de rat bevinden zich veel transporteiwitten, dit is ook het geval bij de mens.
Transporteiwitten spelen een rol bij de opname van medicijnen. Bij meer eiwitten komen minder anti-epileptica de hersenen binnen.
Een specifieke remmer (nog niet getest op epilepsiepatiënten) werd gebruikt voor de transporteiwitten.
Hierdoor werden de eiwitten geremd, waardoor de medicijnen wel de hersenen konden binnendringen.
Tot slot, de reactie van de ratten. Zonder remmer konden de aanvallen niet volledig worden onderdrukt met medicijnen.
Bij het gebruik van de remmer verminderden de aanvallen.
De medicijnen bleken nu goed te werken omdat de aanvallen werden onderdrukt, maar het effect was tijdelijk.
Het verband tussen transporteiwitten en anti-epileptica was wetenschappelijk bewezen, bij ratten wel te verstaan.”
Wat kan dit betekenen?
Eenderde van alle epilepsiepatiënten reageert niet goed op epilepsiemedicijnen.
Van de volwassen patiënten met temporaalkwabepilepsie zelfs 50 tot 70%.
Vandaar ook het onderschrift van mijn proefschrift: ‘Onderzoek in een ratmodel voor temporaalkwabepilepsie’.
We weten eigenlijk niet zo goed wat hiervan de reden is, maar het verband tussen de transporteiwitten en anti-epileptica kan een oorzaak zijn.
Het mechanisme is nu bekend.
De vraag is nu hoe de patiënt kan worden geholpen.”
Er is dus verder onderzoek nodig.
Erwin: “Dit deel van het preklinisch onderzoek is nu afgerond, maar ik wil vervolgonderzoek gaan doen. Ik heb een contract van een jaar gekregen bij SEIN.
Dat jaar ga ik gebruiken om fondsen aan te schrijven.
De vervolgvraag is namelijk: Waarom hebben medicijnresistente epilepsiepatiënten een teveel aan eiwitten?
Hier kan de bloed-hersenbarrière aan ten grondslag liggen. Mijn onderzoek heeft uitgewezen dat bij een defect of lek in de bloed-hersenbarrière een toename van het aantal eiwitten optreedt.
Ik wil proberen de bloed-hersenbarrière met ontstekingsremmers te herstellen.
De volgende stap is onderzoek bij mensen.
Dit zou in de toekomst kunnen gebeuren met medewerking van patiënten van SEIN.”
Het beoogde doel is dat door het herstel van de bloed-hersenbarrière het teveel aan transporteiwitten afneemt, waardoor de anti-epileptica wel voldoende de hersenen kunnen binnendringen.
Hierdoor kunnen de medicijnen wel hun werk doen, het verminderen van de aanvallen.
Nog meer plannen voor de toekomst?
Erwin: “Ik wil verder met het preklinisch epilepsie onderzoek en het promoten van dit werk bij het grote publiek.
Het uiteindelijke doel is dat een betere behandeling wordt gevonden voor medicijnresistente epilepsiepatiënten.
Ik hoop dat mijn vervolgonderzoek daaraan kan bijdragen.”