Neurontin



Kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling
Bevat 100, 300 of 400 mg gabapentine per capsule.

Farmaceutische vorm :
Harde capsules.

Therapeutische indicaties

Neurontin is bestemd als adjuvant-therapie bij patiënten met refractaire partiële epilepsie met of zonder secundair gegeneraliseerde aanvallen. Neurontin dient aan de bestaande therapie te worden toegevoegd.

Dosering en wijze van toediening
Algemeen. Neurontin is bestemd voor volwassenen en kinderen ouder dan 12 jaar. Neurontin kan met of zonder voedsel worden ingenomen. De capsules met water inslikken. De onderhoudsdosering dient individueel te worden bepaald. Een effectieve onderhoudsdosering ligt in het algemeen tussen 900 en 3600 mg per dag. De gebruikelijke aanvangsdosering bedraagt 900 mg per dag. Deze aanvankelijke onderhoudsdosering kan, zoals weergegeven in de tabel, binnen drie dagen worden ingesteld.

Instelling van de behandeling Onderhouds- Dag 1 Dag 2 Dag 3 en verder dosering per dag 900 mg 300 mg 300 mg 300 mg eenmaal/dag tweemaal/dag driemaal/dag  1200 mg 400 mg 400 mg 400 mg eenmaal/dag tweemaal/dag driemaal/dag

Hierna kan de onderhoudsdosering eventueel worden verhoogd tot maximaal 3600 mg per dag verdeeld over drie gelijke giften. Het tijdsinterval tussen de doseringen in het behandelingsschema mag niet meer dan 12 uur bedragen. Het is niet noodzakelijk om de dosering op basis van de gabapentine plasmaconcentraties te titreren, of de onderhoudsdosering te vervolgen. Neurontin kan in combinatie met andere anti-epileptica worden gebruikt zonder dat de plasma-concentraties van gabapentine of deze andere anti-epileptica worden beïnvloed. Indien de behandeling met Neurontin wordt stopgezet en/of alternatieve anti-convulsieve medicatie aan de therapie wordt toegevoegd dient dit geleidelijk te gebeuren gedurende een periode van tenminste één week. Dosering bij nierinsufficiëntie. Bij patiënten met een gestoorde nierfunctie of hemodialyse patiënten wordt een aanpassing van de dosering geadviseerd (zie tabel).

Onderhoudsdosering bij volwassenen met een verminderde nierfunctie

Creatinineklaring Totale dagdoseringa ml/min. mg/dag > 80 900-3600 50-79 600-2400 30-49 300-1200 15-29 150b-600 < 15 150b-300  a Totale dagdosering moet in drie gelijke doseringen worden toegediend. b 300 mg om de andere dag toe te dienen.

Hemodialyse patiënten. Voor hemodialyse patiënten die niet eerder met Neurontin zijn behandeld wordt een startdosering van 300 tot 400 mg aanbevolen, gevolgd door doseringen van 200 tot 300 mg iedere 4 uur gedurende de hemodialyse. Dosering bij ouderen boven de 65 jaar. De gebruikelijke dosering voor volwassenen kan worden gehanteerd, tenzij er sprake is van nierinsufficiëntie. Dosering bij kinderen jonger dan twaalf jaar. De werkzaamheid en veiligheid in deze patiëntengroep is nog niet vastgesteld.

Contra-indicaties

Neurontin is gecontraïndiceerd bij patiënten met een overgevoeligheid voor gabapentine of één van de overige bestanddelen van dit middel.

Speciale waarschuwingen en bijzondere voorzorgen bij gebruik

Indien door de behandelend arts wordt besloten over te gaan tot dosisvermindering, stopzetting of vervanging van Neurontin door een ander anti-epilepticum dient dit geleidelijk te gebeuren, over een periode van tenminste één week. Dit om het risico op 'rebound-insulten' of een status epilepticus te voorkomen. Neurontin is niet effectief bij de behandeling van absences. Bij patiënten met een refractoire partiële epilepsie wordt Neurontin toegevoegd aan de bestaande behandeling. Neurontin is niet geschikt om vanuit deze situatie tot monotherapie te komen door vervolgens de bestaande behandeling af te bouwen.

Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Gabapentine wordt niet gemetaboliseerd en het wordt niet gebonden aan plasma-eiwitten. Daardoor zijn weinig interacties te verwachten. Er zijn geen interacties waargenomen tussen gabapentine en fenytoïne, valproïnezuur, carbamazepine of fenobarbital. De 'steady-state' farmacokinetiek van gabapentine bij gezonde personen en bij epilepsie-patiënten die tevens worden behandeld met deze anti-epileptica is gelijk. Gelijktijdige toediening van Neurontin en orale anticonceptiva met norethisteron en/of ethinyloestradiol heeft geen invloed op de 'steady-state' farmacokinetiek van de bestanddelen van het anticonceptivum. Gelijktijdige toediening van Neurontin met aluminium- en magnesiumhydroxide-bevattende antacida verlaagt de biologische beschikbaarheid van gabapentine met circa 20 %. Deze daling is klinisch niet relevant. Wanneer Neurontin gelijktijdig toegediend wordt met cimetidine treedt een lichte daling van renale excretie van gabapentine op die klinisch niet relevant is. Probenecide heeft geen invloed op de renale excretie van gabapentine.

Gebruik bij zwangerschap en het geven van borstvoeding

Er zijn onvoldoende gegevens over het gebruik van gabapentine tijdens de zwangerschap bij de mens om de schadelijkheid te kunnen beoordelen. Er zijn geen aanwijzingen voor de schadelijkheid bij dierproeven. Gabapentine dient alleen tijdens de zwangerschap te worden gebruikt wanneer hiertoe een duidelijke klinisch relevante indicatie bestaat, en de patiënt op de hoogte is van het mogelijke risico van de therapie voor de foetus. Gabapentine wordt uitgescheiden in moedermelk. Daar er onvoldoende gegevens zijn om een mogelijk risico voor de zuigeling te kunnen beoordelen, dient een beslissing te worden genomen tot stopzetting van of de borstvoeding, of de behandeling met Neurontin, waarbij het belang van de moeder van behandeling met Neurontin in aanmerking wordt genomen.

Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te gebruiken

Gabapentine kan leiden tot een vermindering van het reactie- en concentratie vermogen. Hiermee dient rekening te worden gehouden bij het besturen van voertuigen en het bedienen van machines.

Bijwerkingen

Neurontin wordt goed verdragen en de bijwerkingen zijn meestal mild en voorbijgaand van aard. De meest frequente bijwerkingen, waargenomen tijdens placebo-gecontroleerde studies, waren slaperigheid, ataxie, duizeligheid, nystagmus, tremor, dysartrie en vermoeidheid. Minder frequent optredende bijwerkingen zijn: diplopie, amblyopie, amnesie, asthenie, paresthesie, arthralgie, purpura, leukopenie, angst, dyspepsie, gewichtstoename, urineweginfecties, nervositeit, misselijkheid, braken, denkstoornissen, depressie, constipatie, faryngitis en bovenste luchtweginfecties.In zeldzame gevallen zijn pancreatitis, stijgingen van leverfunctiewaarden, erythema multiforme en Stevens-Johnson syndroom beschreven waarbij geen causale relatie tot de behandeling kon worden vastgesteld. Bloedglucose-fluctuaties bij patiënten met diabetes, rhinitis, myalgie, hoofdpijn werden eveneens beschreven.

Overdosering

Bij proefdieren, die tot 8000 mg/kg gabapentine kregen toegediend kon geen letale dosering worden vastgesteld. Tekenen van acute toxiciteit waren onder andere: ataxie, moeite met ademhaling, ptosis, hypo-activiteit of excitatie. Bij mensen werd, na overdoseringen tot 49 gram geen acute, levensbedreigende toxiciteit waargenomen. Symptomen van een overdosering waren duizeligheid, diplopie, onduidelijke spraak, sufheid, lethargie en milde diarree. Alle patiënten herstelden van deze symptomen. Bij hoge doseringen wordt gabapentine verminderd geabsorbeerd, hetgeen de toxiciteit ten gevolge van een overdosering beperkt. Bij een overdosering dienen de gebruikelijke methodes om een niet geabsorbeerd geneesmiddel te verwijderen te worden toegepast: maagspoelen met achterlaten van actieve kool en een osmotisch laxans. Gabapentine is dialyseerbaar, maar op grond van de gebleken ervaring is dialyse, na overdosering, in het algemeen niet nodig. Bij patiënten met ernstige nierfunctiestoornissen kan hemodialyse echter wel geïndiceerd zijn.

Farmacodynamische eigenschappen

Gabapentine is structureel verwant met de neurotransmitter GABA (Gamma-Aminoboterzuur), maar het werkingsmechanisme verschilt van andere geneesmiddelen welke interactie vertonen met GABA-nerge synapsen, zoals bijvoorbeeld valproïnezuur. In-vitro studies met radio-actief gemerkt gabapentine hebben een nieuwe peptide-bindingsplaats gekarakteriseerd in hersenweefsel van ratten (waaronder de neocortex en de hippocampus). De identificatie en functie van deze bindingsplaats in relatie tot de anti-convulsieve activiteit van gabapentine dient nog te worden opgehelderd.

Farmacokinetische eigenschappen

Algemene eigenschappen. Farmacokinetiek-studies werden uitgevoerd met doseringen tussen 300 en 4800 mg per dag. Na orale toediening worden de piekplasmaconcentraties binnen 2 à 3 uur bereikt. De biologische beschikbaarheid van gabapentine is niet dosis-proportioneel en bij hogere doseringen neemt de biologische beschikbaarheid af (de Cmax en AUC blijven toenemen, maar minder dan dosis-proportioneel). De absolute biologische beschikbaarheid van 300 en 400 mg gabapentine capsules bedraagt ongeveer 60%. Hoewel de steady-state plasmaconcentraties van gabapentine in klinische studies in het algemeen schommelen tussen 2 en 20 µg/ml, zijn dergelijke concentraties niet voorspellend voor de werkzaamheid en veiligheid. De gabapentine-plasmaconcentraties zijn dosis-proportioneel bij doseringen van 300 en 400 mg, toegediend om de 8 uur. Voedselinname, ook de inname van vetrijk voedsel, heeft geen effect op de farmacokinetiek van gabapentine. Herhaalde toediening beïnvloedt de farmacokinetiek niet en de steady-state plasmaconcentraties kunnen worden berekend met de gegevens na enkelvoudige toediening. Gabapentine wordt niet aan plasma-eiwitten gebonden. Het verdelingsvolume bedraagt 57,7 liter. Bij epilepsie-patiënten bedraagt de gabapentine-concentratie in de cerebrospinaal-vloeistof circa 20 % van de corresponderende steady-state plasmaconcentratie. De klaring van gabapentine geschiedt volledig renaal en gabapentine wordt bij mensen niet gemetaboliseerd. Hierdoor induceert gabapentine het hepatisch gemengde oxidatieve (cytochroom P450) enzymsysteem niet. De plasma-eliminatie van gabapentine geschiedt lineair. De gemiddelde eliminatiehalfwaardetijd van 5 tot 7 uur is onafhankelijk toegediende dosering. De gabapentine eliminatiesnelheid, plasmaklaring en renale klaring zijn proportioneel gerelateerd aan de creatinineklaring.

Speciale patiëntengroepen. Oudere patiënten en patiënten met nierinsufficiëntie. Aangezien de klaring van gabapentine proportioneel gerelateerd is aan de creatinineklaring, vertonen ouderen met een verminderde nierfunctie en patiënten met een nierfunctiestoornis een verminderde klaring van gabapentine. Aanpassing van de dosering is dan aanbevolen (zie Dosering en wijze van toediening). Dit geldt eveneens voor patiënten die hemodialyse ondergaan, omdat gabapentine uit het plasma wordt geëlimineerd door hemodialyse.

Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Gabapentine werd in studies in muizen en ratten getest op kankerverwekkende eigenschappen. Alleen in mannelijke ratten werd bij een blootstelling die ongeveer het 10-voudige bedraagt van de humane therapeutische blootstelling, een statistische significante toename gezien van acinus-cel tumoren in de pancreas. Deze pancreastumoren bij ratten waren 'low-grade' maligniteiten, zonder invasieve groei in de omringende weefsels of metastasering, en hadden geen invloed op de overleving van de proefdieren. Identieke tumoren werden aangetroffen in de controlegroepen. Het is onduidelijk of deze tumoren bij mannelijke ratten relevant zijn voor het risico op carcinogeniciteit bij de mens. Gabapentine is niet genotoxisch. Gabapentine was niet mutageen bij verschillende in-vitro testen met bacteriële of humane cellijnen. Gabapentine induceerde, in-vivo en in-vitro, geen chromosomale afwijkingen in humane cellijnen en er werd geen micronucleïvorming aangetroffen in het beenmerg van hamsters.

Lijst van hulpstoffen

Neurontin capsules 100, 300 en 400 bevatten de volgende hulpstoffen: lactose monohydraat, maiszetmeel en talk. De capsulewand van Neurontin 100 bevat gelatine en titanium dioxide (E 171). De capsulewand van Neurontin 300 bevat gelatine, titanium dioxide (E 171) en ijzeroxide hydraat (E172). De capsulewand van Neurontin 400 bevat gelatine, titanium dioxide (E 171) en ijzeroxide hydraat en ijzer-III-oxide (E172).

Houdbaarheid :
Drie jaar.

Speciale voorzorgsmaatregelen bij opslag
: Niet bewaren boven 25°C.

Aard en inhoud van de verpakking
: Dozen met 50 en 100 capsules in AL/PVC/PVDC strips.






We zijn afhankelijk van giften en baten wij vragen u ons te steunen. U bijdrage is welkom op giro: 8 4 4 5 5 8 7 vast bedankt

Copyright © Stichting Epilepsie Netwerk