(Scutellaria lateriflora)
Gebruikte delen en waar komt het eigenlijk vandaan. Scullcap is lid van de familie der
mint-achtigen. Scutellaria lateriflora groeit in het oosten van de Verenigde
Staten en is de meest gebruikte variant in de westerse wereld. Scutellaria
baicalensis groeit in China en Rusland. De wortel van de plant wordt in de
traditionele Chinese geneeskunde gebruikt, en hierop zijn de meeste studies gedaan.
Het middel is te gebruiken bij : epilepsie, zenuwtrekjes, angsten en slapeloosheid.
Vroeger en nu werd scullcap gezien als een sedativum voor personen met zenuwtrekjes en
slapeloosheid. Veelal werd het gecombineerd met valeriaan voor slapeloosheid.
Verder werd het gebruikt als remedie tegen epilepsie en het verzachten van
zenuwpijn. De Chinese variant werd in combinatie met andere middelen gebruikt om
ontstoken huid te genezen, allergische aandoeningen te bestrijden en hoge
bloeddruk en hoog cholesterol te verlagen. De Actieve bestanddelen zijn : Naar
de Amerikaanse scullcap-variant is weinig onderzoek gedaan. Een van de
bestanddelen, scutellarian, heeft milde rustgevende en antispasmodische
eigenschappen. De wortel van de Chinese variant bevat ook een flavonoide,
baicaline, dat beschermende effecten heeft op de lever. Eveneens voor de Chinese
scullcap zijn anti-allergische eigenschappen vastgesteld. Hoe moet je het
gebruiken ? Zet er thee van. Scullcap thee wordt gemaakt van 5-10 gram gedroogd
kruid dat 15 minuten in 250ml heet water dient te trekken. waarna het drie maal
daags gedronken wordt. Tinctuur wordt met 2-4ml driemaal daags gebruikt, het
gedroogde kruid neemt men driemmal daags met een hoeveelheid van 1-2 gram. Zijn
er Bijwerkingen ? Het gebruik van scullcap zoals hierboven aangegeven is veilig.
Het gebruik bij zwangerschap is onvoldoende onderzocht, en dient dus per persoon
bekeken te worden of door een arts te worden beoordeelt.
Referenties:
Hoffman D. The Herbal Handbook: A User’s Guide to Medical Herbalism. Rochester,
Herbal Medicines: A Guide for Health-Care Professionals.
Copyright © Stichting Epilepsie Netwerk